Stappenplan bij gebruik ontheffingen 1. Voorkomen Tref ten minste twee (toegestane) preventieve maatregelen. U mag uw teelt tegen alle dieren afschermen. Methodes, afhankelijk van gewas en diersoort: rasters, afdekmatten, boommanchetten, aanbieden alternatief voedsel, draden spannen, dieper zaaien, verstinken perceelsrand, risicospreiding door gelijktijdig zaaien. Zie het Handboek Faunaschade van het Faunafonds. 2. Direct ingrijpen door opzettelijk verontrusten Als grondgebruiker mag u soorten waarvoor een landelijke of provinciale vrijstelling geldt (zie boven) op schadepercelen verontrusten. U mag deze dieren verontrusten met akoestische middelen (vogelafweerpistool, ratels), vogelverschrikkers, spannen draden, schriklinten, 'nep'-roofvogels, slechtvalk, havik (beiden zonder vangen), schieten in de lucht. Zie het Handboek Faunaschade op de website van het Faunafonds. 3. Direct ingrijpen door doden Als grondgebruiker mag u de volgende dieren op schadepercelen verontrusten en u kunt de jachthouder vragen deze soorten in de opengestelde jachtperiode te doden: konijn, haas, wilde eend, houtduif, fazant. Voor konijnen, houtduiven, kauwen en zwarte kraaien geldt tevens jaarrond een landelijke vrijstelling voor doden en voor de roek kan ook een provinciale vrijstelling gelden. U mag gebruiken geweren, slechtvalk en havik, lokeend, lokduif, fretten en buidels en voor de zwarte kraai en kauw geldt dat er ook kraaienvangkooien en kastvallen gebruikt mogen worden. Als grondgebruiker mag u deze dieren verontrusten en doden, ook kunt u de jachthouder vragen deze soorten te doden: mol, houtduif, konijn, kauw, zwarte kraai en Canadese gans. 4. Ingrijpen op basis van ontheffing of machtiging Voor alle overige diersoorten geldt dat uitsluitend op basis van een ontheffing kan worden ingegrepen (zie boven). Informeert u bij de Faunabeheereenheid welke ontheffingen op voorhand beschikbaar zijn en wanneer een aanvullende ontheffing moet worden aangevraagd. Voor het gebruik van ontheffingen geldt vaak dat er tenminste 24 uur voorafgaand aan gebruik een melding gedaan moet worden aan de betreffende Faunabeheereenheid. De uiteindelijke ontheffing bepaalt waar, wanneer en met welke middelen kan worden ingegrepen.
Artikel 4 Flora- en Faunawet 1. Als beschermde inheemse diersoort worden aangemerkt: alle van nature in Nederland voorkomende soorten zoogdieren, met uitzondering van gedomesticeerde dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten en met uitzondering van de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis; alle van nature op het Europese grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Unie voorkomende soorten vogels met uitzondering van gedomesticeerde vogels behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten; alle van nature in Nederland voorkomende soorten amfibieën en reptielen en alle van nature in Nederland voorkomende soorten vissen, met uitzondering van de soorten waarop de Visserijwet 1963 van toepassing is.
2. Als beschermde inheemse diersoort kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen diersoorten die van nature in Nederland voorkomen en die: - in hun voortbestaan worden bedreigd of het gevaar lopen in hun voortbestaan te worden bedreigd;
- niet noodzakelijkerwijs in hun voortbestaan worden bedreigd of dat gevaar lopen, doch ter bescherming waarvan maatregelen noodzakelijk zijn ter voorkoming van overmatige benutting;
- uit Nederland zijn verdwenen doch ten aanzien waarvan gerede kans op terugkeer bestaat of
- zodanige gelijkenis vertonen met soorten die zijn aangewezen op grond van het bepaalde in de onderdelen a, b of c, dat aanwijzing ervan noodzakelijk is ter bescherming van die soorten.
3. De aanwijzing van een diersoort als beschermde inheemse diersoort geschiedt in afwijking van het bepaalde in het tweede lid bij ministeriële regeling indien; die aanwijzing noodzakelijk is ter uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties.
4. Onze Minister maakt in de Staatscourant bekend welke de soorten, zijn bedoeld in het eerste lid. JAGEN| Diersoort | wild (haas, konijn, fazant , patrijs, wilde eend, houtduif) in geopende tijd. NB. patrijs blijft vooralsnog gesloten | | Belangen | benutting van wild om redelijke wildstand te handhaven of te bereiken om schade door in zijn veld aanwezig wild te voorkomen (art 37) | | Nodig | - diploma of in enig jaar tussen nu en 1972 een jachtakte is verstrekt
- Aansprakelijkheidsverzekering jacht
- min. 40 ha jachtgenot
- in eigendom (art 33)
- in huur (art 34)
- met toestemming (art 36)
| | Toegang gronden: | inbegrepen in jachtgenot |
LANDELIJKE VRIJSTELLINGDoor: | LNV | Diersoort: | konijn, houtduif, mol, zwarte kraai en kauw en Canadese gans | Belangen: | ter voorkoming van belangrijke schade aan “de landbouw”door soorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten | Voorwaarden: | geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort. | Nodig: | akte | Toegang gronden: | toestemming van grondgebruiker (min. 40 ha) |
PROVINCIALE VRIJSTELLINGDoor: | GS | Diersoort: | Bosmuis- Brandgans- Ekster - Grauwe gans - Haas- Holenduif – Huismus - Kauw- Kleine rietgans - Knobbelzwaan - Kolgans- Meerkoet - Rietgans- Ringmus - Roek - Rotgans - Smient - Spreeuw – Veldmuis - Wilde eend- Zwarte kraai | Belangen: | ter voorkoming van belangrijke schade aan “de landbouw” door soorten die in het gehele land veelvuldig belangrijke schade aanrichten | Voorwaarden: | geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort. | Nodig: | jachtakte voor bestrijding met geweer | Toegang gronden: | toestemming van grondgebruiker (min. 40 ha) |
AANWIJZINGDoor: | GS | Diersoort: | nog vast te stellen bij Ministeriele Regeling (exoten, beschermde inheemse diersoorten, verwilderde diersoorten, en andere) | Belangen: | in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid in belang van veiligheid van het luchtverkeer ter voorkoming van belangrijke schade aan de “landbouw” ter voorkoming van schade aan flora en fauna | Voorwaarden: | geen andere bevredigende oplossing geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort evt. faunabeheerplan | Nodig: | jachtakte voor bestrijding met geweer | Toegang gronden: | toestemming van grondgebruiker (min. 40 ha) of besluit van GS |
ONTHEFFINGDoor: | GS | Diersoort: | beschermde inheemse diersoorten (volgens art 4) | Belangen: | in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid in belang van veiligheid van het luchtverkeer ter voorkoming van belangrijke schade aan de “landbouw” ter voorkoming van schade aan flora en fauna met het oog op nadere bij AMvB aan te wijzen belangen | Voorwaarden: | indien geen vrijstelling is of kan worden verleend geen andere bevredigende oplossing geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort faunabeheerplan, tenzij (zie art 68, lid 4) | Nodig: | jachtakte voor bestrijding en beheer met geweer | Toegang gronden: | toestemming van grondgebruiker (min. 40 ha) |
ONTHEFFINGDoor: | LNV | Diersoort: | beschermde inheemse zoogdiersoorten op begraafplaatsen | Belangen: | voor onderzoek / onderwijs, bij AMvB aan te wijzen soorten plukken,vangen met het oog op nadere bij AMvB aan te wijzen belangen | Voorwaarden: | geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort | Nodig: | jachtakte voor bestrijding met geweer | Toegang gronden: | toestemming van grondgebruiker (min. 40 ha) |

|
|