Uitvoering opvang en verjaging ganzen en smienten in Nederland.De meeste provincies hebben nu hun foerageergebieden voor overwinterende ganzen en smienten definitief aangewezen, daarom is vanaf 1 oktober 2005, het beleid voor het opvang- en verjaagbeleid van kracht geworden. Binnen deze foerageergebieden krijgen de grondgebruikers naast een schadevergoeding voor de geleden schade aan bijvoorbeeld hun grasland, ook een opvangpremie die weer afhankelijk is van de duur van de opvang en is de jacht op wildsoorten in deze gebieden beperkt. Buiten deze foerageergebieden hebben de jagers en de grondgebruikers samen een belangrijke taak met de verjaging van de ganzen en smienten evt. met ondersteuning door afschot. Naar aanleiding van vragen in de Tweede kamer om de uit de hand lopende kosten van schade door ganzen en smienten een halt toe te roepen en om een duurzame oplossing hiervoor te vinden heeft de minister het Beleidskader Faunabeheer hiervoor ingesteld. Dit Beleidskader gaat uit van een duurzame instandhouding van overwinterende ganzen en smienten, door ze in rust- en voedselgebieden (foerageergebieden)op te vangen. Buiten deze foerageergebieden is dan ver- en bejaging toegestaan. De foerageergebieden zijn niet alleen gras en akkergronden, maar ook natuurgebieden. De Tweede Kamer is met dit beleid akkoord gegaan en de minister heeft daarna de provincies verzocht om de foerageergebieden aan te wijzen en ontheffingen te verlenen om ver- en bejaging van kol- en grauwe gans en smient buiten de aan te wijzen foerageergebieden mogelijk te maken. Ver-/bejaging buiten de foerageergebieden Van de buiten de foerageergebieden wordt verwacht dat zij ganzen en smienten verjagen, wanneer deze schade veroorzaken. Binnen elke faunabeheereenheid worden afspraken gemaakt over de coördinatie van de verjaging hierbij spelen de wildbeheereenheden een belangrijke coördinerende rol. De agrariërs en wildbeheereenheden bespreken en leggen vast hoe en wanneer de ganzen en smienten worden verjaagd, waarbij verjaging door afschot een mogelijkheid is. Om te weten welke afspraken worden gemaakt in uw provincie, kunt u het beste contact opnemen met de faunabeheereenheid of de provincie of de website van de FBE's in Nederland Zie de hieronder vermelde telefoonnummers. Faunabeheereenheden | Telefoonnummer | Provincies | Telefoonnummer | Drenthe,Friesland,Groningen | 0512 30 51 95 | Groningen | 050 316 47 37 | Flevoland | 0527 69 95 20 | Friesland | 058 292 51 68 | Overijssel, Oost-Gelderland, Rivierenland en Veluwe | 0570 66 28 43 | Drenthe | 0592 36 56 65 | Midden-, Noord-, Zuid-Limburg | 0475 38 17 33 | Overijssel | 038 425 24 07 | Noord-Brabant | 013 545 08 00 | Flevoland | 0320 26 55 05 | Utrecht | 030 691 99 49 | Gelderland | 026 359 95 42 | Zeeland | 0113 24 77 21 | Utrecht | 030 258 20 62 | Zuid-Holland | 078 639 53 28 | Noord-Holland | 023 514 36 48 | Noord-Holland | 023 516 22 87 | Zuid-Holland | 070 441 83 07 | | | Zeeland | 0118 63 19 84 | | | Noord-Brabant | 073 681 21 38 | | | Limburg | 043 389 74 53 |
De voorwaarden en de wijze van verjagen en bejagen van de ganzen en smienten zijn vastgesteld in de ontheffingen die door provincies aan de faunabeheereenheden zijn verleend aan de hand van hun goedgekeurde faunabeheerplannen en de landelijke afspraken die in beleidskader Faunabeheer zijn afgesproken. Ook zijn er door de provincies diersoorten aangewezen conform art 67 FF-wet. Zie voor wat betreft de verleende ontheffingen ganzen en smienten ook ons overzicht per provincie en FBE Vanaf eind 2004 is buiten de foerageergebieden verjaging verplicht om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming in schade. Algemeen verjagen en bejagen Verjaging, inclusief afschot, van ganzen en smienten is van zonsopgang tot 12.00 uur toegestaan, indien men dit doet op grond van een verleende ontheffing. De grondgebruiker geeft hiervoor de toestemming grondgebruiker aan de jachthouder of de betreffende jagers, zij kunnen op hun beurt zich laten bijstaan of laten vervangen door collega jagers waarbij deze ook over de toestemming van de grondgebruiker dienen te beschikken. Na 12.00 uur is alleen verjaging zonder afschot verplicht wanneer de grondgebruiker(s) recht wil houden op schadevergoeding. Dit is in eerste instantie een zaak van de grondgebruiker. Hierbij kan hij de hulp inroepen van de betrokken jager(s) of andere bij de jacht betrokken personen zoals drijvers met honden etc. Het is daarom verstandig om binnen elke betrokken WBE een verjaagplan te maken, waarin geregeld wordt wie bij bijvoorbeeld bij oproep beschikbaar kan zijn en dus hiervoor ook de tijd heeft en bereid is de ganzen te verjagen. De coördinatie en de uitvoering hiervan kan binnen een WBE gemakkelijker geregeld worden als door individuele jagers. De WBE zou dan aan de agrarische grondgebruikers kunnen vragen om de evt. kosten hiervan (collectief)voor hun rekening te nemen. De jacht op de normale wildsoorten binnen de aangewezen foerageergebieden.. Voor jacht, beheer en schadebestrijding binnen en buiten de foerageergebieden gelden de volgende uitgangspunten: de foerageergebieden moeten optimaal kunnen functioneren voor de opvang van ganzen en smienten; reguliere activiteiten voor jacht, beheer en schadebestrijding mag plaatsvinden zolang de foerageerfunctie niet wordt aangetast.
Voor jacht, beheer en schadebestrijding gelden de volgende regels: Tot 12.00 uur zijn jacht, beheer en schadebestrijding in foerageergebieden verboden om de ganzen in de gelegenheid te stellen om vanuit de slaapplaatsen zonder verstoring te zoeken naar plaatsen om te foerageren. Na 12.00 uur zijn jacht, beheer en schadebestrijding toegestaan zolang een afstand van tenminste 500 meter tot foeragerende ganzen in acht wordt genomen. Voor 1 januari mag er eenmalig per jachtveld op een van tevoren gepland dag gejaagd worden van een half uur voor zonsopgang tot een half uur na zonsondergang.
Het is van belang dat de jagers die jagen in de foerageergebieden zoveel mogelijk hun toegestane eenmalige complete jachtdag per jachtseizoen op elkaar afstemmen, de betrokken WBE’s kunnen hierbij een coördinerende rol in spelen en interne afspraken moeten maken over de uitoefening van de jacht. Zodat de ganzen en smienten altijd voldoende ruimte hebben om ongestoord te kunnen foerageren. Wordt er nog gekeken of het beleid en de uitvoering ook daadwerkelijk functioneert? In het Beleidskader Faunabeheer staat dat de effecten van het beleid voor overwinterende ganzen en smienten en overzomerende ganzen gemeten worden. Het Ministerie van LNV heeft in overleg met betrokkenen een plan van aanpak opgesteld voor monitoring en evaluatie van het beleid. De monitoring en evaluatie vindt plaats in de periode 2004/2005 tot 2008. Vooral de AID, de bureaus handhaving van de provincies, de politie en het onderzoeksbureau Alterra en diverse vogelwerkgroepen zullen nauw gezet de activiteiten, die door de betrokken agrariërs en jagers worden ontwikkeld volgen, om zodoende het effect van de ver- en bejaagacties te kunnen meten. Wij als jagers en dus een van de uitvoerders van het afgesproken beleid dienen ons dit goed te realiseren Nogmaals het uitgangspunt van het nieuwe Beleidskader Faunabeheer is nadrukkelijk is eerst verjagen en bij het niet gewenste effect kan dit met afschot worden ondersteund. Kwetsbare gewassen en de preventieve maatregelen Vereiste afweermiddelen op kwetsbare akkerbouw-, vollegrondsgroentepercelen en percelen met eerstejaarsgrasland (inzaaidatum ná 1 augustus 2004): in de periode van 1 november tot 1 april moeten gelijktijdig minimaal twee typen verjaagmiddelen worden ingezet, te weten visuele afweermiddelen en akoestische afweermiddelen.
Gebruikt u bijvoorbeeld vlaggen (minimaal formaat kunstmest- of vuilniszak), dan moet u minimaal 4 vlaggen per hectare plaatsen. Hetzelfde geldt voor vogelverschrikkers, stokken met folie etc. Ten aanzien van akoestische afweermiddelen geldt dat er minimaal op elke 5 hectare een kanon of knalapparaat moet staan. Als alternatief voor het gebruik van akoestische afweermiddelen kunt u in kwetsbare teelten om de 12 meter (2 mm dikke) nylondraden spannen op een hoogte van 80 cm. De strak gespannen draden ‘zingen’ in de wind.
U hoeft geen akoestische middelen op het schadeperceel in werking te houden gedurende de periode dat één of meer jachtaktehouder(s) gebruik maken van de verleende ontheffing. Het afschot van enkele kol- of grauwe ganzen of smienten wordt dan aangemerkt als akoestische afweermiddel. Voor een effectieve verjaging met het geweer moet minimaal 2 á 3 maal per week van de ontheffing gebruik gemaakt worden, vanzelfsprekend alleen als kol-, grauwe ganzen of smienten op het perceel foerageren en daardoor belangrijke schade (dreigen te) veroorzaken. Daarnaast is voor kolgans, grauwe gans en smient tot 12.00 uur ook afschot vereist. Wanneer afschot plaatsvindt behoeven geen akoestische middelen te worden toegepast. Mogen exoten zoals nijlganzen en soepganzen worden afgeschoten zonder ontheffing? Nijlgans, Indische gans en soepgans mogen door jachtaktehouders, mits zij daartoe schriftelijke toestemming hebben van de grondgebruiker en er een aanwijzing art 67 is van de provincie, worden geschoten. Deze soorten zijn dan niet beschermd. Het terugdringen van deze soorten is van belang voor de overige soorten die in internationaal verband beschermd zijn en waarvoor Nederland een grote verantwoordelijkheid heeft voor de winteropvang. De Canadese gans is landelijk vrij gesteld, Bron: Brochure “Uitvoering van het Beleidskader faunabeheer in verband met overwinterende ganzen en smienten (geactualiseerde versie) van het IPO / Faunafonds. |