| CIRCULAIRE WAPENS EN MUNITIE 2005 / BIJZONDER DEEL (B) 8. Opbergen en het gemeenschappelijk gebruik van wapens De persoon aan wie een vergunning is verleend tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie dient – indien de wapens en de bijbehorende munitie thuis voorhanden worden gehouden – er voor te zorgen dat deze worden opgeborgen in afzonderlijke, deugdelijk afgesloten, en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaatsen. De wapens dienen dus gescheiden van de munitie te worden opgeborgen. De hieronder genoemde bepalingen betreffende het opbergen van wapens en munitie zijn tevens van toepassing op essentiële onderdelen van wapens zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet wapens en munitie. De bepalingen zijn echter niet van toepassing op de (onderdelen van) wapens en (onderdelen van) munitie waarop de vrijstelling van artikel 18 van de Regeling wapens en munitie van toepassing is noch op lege hulzen en projectielen die bestemd zijn voor het herladen. De onderstaande bepalingen zijn wel van toepassing op de opslag van slaghoedjes maar zijn niet van toepassing op de opslag van kruit. Het voorhanden hebben van kruit valt immers niet onder de werking van de WWM maar onder de werking van de Wet Milieubeheer. 8.1. Deugdelijke bergplaats Als een deugdelijke bergplaats voor wapens en/of munitie wordt uitsluitend aangemerkt een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast/wapenkluis of een andere kluis die qua uitvoering en inbraakwerendheid daarmee kan worden gelijkgesteld. Een kluis dient deugdelijk te worden verankerd in de vloer of de muur van het gebouw tenzij de kluis van een dusdanig gewicht (200kg) is dat het zo goed als uitgesloten is dat de kluis bij een inbraak kan worden meegenomen. Aan personen of instellingen die bevoegd zijn tot het voorhanden hebben van grote aantallen (meer dan 25) wapens (bijvoorbeeld wapenverzamelaars / musea) is het, naast de berging in (wapen) kluizen, ook toegestaan om wapens en/of munitie op te bergen in een andere deugdelijk afgesloten bergplaats zoals een speciaal beveiligde (wapen)kamer. De omvang van de te treffen beveiligingsmaatregelen is uiteraard afhankelijk van de soort (gevaarzetting) en het aantal wapens dat in het gebouw ligt opgeslagen alsmede van de ligging en de beveiliging van het gebouw, hetgeen per geval zal moeten worden beoordeeld door een beveiligingsexpert van de politie. 8.3. Overgangsmaatregel Voor personen en verenigingen die voor de inwerkingtreding van deze circulaire reeds in het bezit waren van een vergunning op grond van de Wet wapens en munitie zijn de in onderdeel B 8.1 en 8.2 genoemde voorschriften tot 1 augustus 2006 niet van toepassing mits de wapens en munitie wel zijn opgeborgen in afzonderlijke, deugdelijk afgesloten, en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaatsen. |