De Kraai

Deze zogenaamde cultuurvolgers zullen met name in het voorjaar intensief bij schade worden bejaagd door middel van een vrijstelling van de provincie of ontheffing die aangevraagd zal worden door de grondgebruikers, dit ter beperking van de schade aan de landbouwgewassen en de fauna zoals; de bodembroeders, zangvogels en het wild zoals hazen, fazanten en patrijzen.

Uiterlijk

Een volwassen kraai is ongeveer 48 cm lang en weegt ongeveer 550 gram.De zwarte kraai is inderdaad helemaal zwart, vaak met een wat groenige glans over de veren. Hij lijkt veel op de jonge roek maar zijn snavel is wat breder, stomper en krommer en heeft geen kale mondhoek,een kraai ook veren op zijn dijen en een roek niet. De bovensnavel buigt pas bij de punt naar beneden. Het vliegen gaat wat lomer dan bij de roek. In Noord-Europa - met Denemarken als zuidelijkste punt - leven bonte kraaien. Op de grens van hun gebied met dat van de zwarte kraaien komen kruisingen voor. Die kruisingen kunnen ook wat grijze tinten vertonen.

Voorkomen

De soort komt tot broeden in West- en Centraal-Europa, en in Oost-Azië komt een nauw verwante vorm voor, C. corone orientalis. In het tussenliggende gebied komt de bonte kraai voor die nauw verwant is, en die zowel in het oosten als in het westen van zijn verspreidingsgebied in staat blijkt met de daar voorkomende vorm vruchtbare hybriden te verwekken. De zwarte kraai is als broedvogel te vinden in polders en in bosgebieden. Soms zijn het er zo veel, dat ze erg schadelijk zijn voor andere vogels.
Zwarte kraaien leven in paren of in gezinsverband, maar niet in kolonies.
 Men vermoedt dat de soorten in de laatste ijstijd gescheiden zijn geraakt. Of er wel van aparte soorten mag worden gesproken is onderwerp van discussie.

Leefwijze

Zwarte kraaien leven meer solitair in paren of in gezinsverband, maar niet in kolonies. Het nest van de zwarte kraai is goed verborgen in bomen en struiken. Het zijn intelligente vogels die zich makkelijk aanpassen aan verschillende diëten; ze zijn echt van alle markten thuis, maar wel erg schuw en altijd op hun hoede, duidelijk moeilijker te benaderen dan kauwen. In kleine tuinen zul je ze niet vaak zien. Ze eten o.a. wormen, insecten, fruit, zaden, keukenafval, eieren en jonge vogels. Ze foerageren meestal in paren, meer zelden in wat grotere groepen, vooral op weide- en akkerbouwland, niet in dichtbegroeid landschap. Kraaien hebben een slechte reputatie als jagers van kleine vogeltjes en nestenuithalers en werden om die reden in het verleden vaak genadeloos vervolgd. Je kunt ze echter ook zien als een natuurlijke predator van vogelpopulaties. Je ziet ze ook geregeld pikken aan doodgereden dieren langs de rand van de snelweg.

Voortplanting

Het nest wordt vanaf maart in de vork van een boomtak gebouwd door beide ouders; de eieren worden door het vrouwtje uitgebroed. Ze nestelen niet in kolonies, zoals roeken en kauwen doen. De eieren zijn circa 40 × 34 mm groot, glanzend blauwgroen met donkere vlekken. De 4-7 eieren worden ongeveer 18 dagen bebroed. Beide ouders voeren de jongen, die na 28-35 dagen uitvliegen.

Roep

Een kraai kraait niet, maar krast. Het "kraa-kraa-kraa" wordt veel gehoord, maar hij maakt ook andere geluiden.

 

Het voedsel: van deze kraai is zowel plantaardig als dierlijk. Vooral in de broedtijd is de zwarte kraai een gevaar voor jong kleinwild (pasgeboren haasjes) en jonge vogels. Bovendien halen ze nesten uit. Dit is zeker het geval als de eigen jongen gevoerd moeten worden. Ook op vuilnisbelten, bij maïskuilen en kleine verkeersslachtoffers zien we vaak zwarte kraaien. Pas geboren lammetjes worden de laatste tijd steeds meer het slachtoffer van zwarte kraaien. Om deze reden moet de kraai lokaal soms ook in de voortplantingsperiode bejaagd worden.

Huidige wetgeving.
De jacht op de zwarte kraai is door de invoering van de Flora-en Faunawet sinds 1 april 2002 gesloten. Echter doordat is gebleken dat de kraai het gehele jaar door belangrijke schade aanricht 
geldt er vanaf  1 april 2004  nu voor geheel Nederland,  een algehele vrijstelling zie bijlage 1, AMvB Beheer en schadebestrijding dieren,  verleend door de Minister van LNV

Door de algehele vrijstelling  mogen de grondgebruikers gebruik maken van   de zogenaamde kraaienvangkooi en kastvallen gebruiken. Vooral wanneer dit middel op planmatige wijze grootschalig wordt gebruikt kan de kraaienbestand hiermee met veel succes in de hand gehouden worden. ook mogen de nesten verstoord en vernietigd worden. Met name de landbouw, maar ook de weidevogelbescherming is hiermee gebaat in verband met de ernstige schade die kraaien veroorzaken (uitpikken ontkiemend graan en opkomende maïs en kapot pikken van afdekfolie over maïskuilen, enzovoorts).

Telling.

In het voorjaar kan het aantal broedparen worden vastgesteld door de bewoonde nesten te tellen en deze vast te leggen op een kaart van het beheergebied. dat dient te gebeuren voordat de bomen in blad komen, dus uiterlijk eind april/begin mei. Bij zwarte kraaien en eksters kunnen ook de groepjes niet territoriale vogels worden geteld. De uitkomsten geven een indruk van de broeddichtheid, terwijl de telgegevens over een reeks van jaren een trend geven van de aantalontwikkeling ( dalend, stabiel of toenemend)

Het tellen van het gehele werkgebied van de WBE Susteren/Graetheide +/- 5000 ha is nogal een behoorlijke klus. Daarom wordt volstaan met inventariseren van een vast aantal telgebieden. Deze vormen tezamen minimaal 20% van het werkgebied van de WBE. Kraaien en eksters komen in het gehele werkgebied voor en zodoende kan er door omrekening met een factor van 5 een goed beeld worden verkregen van de omvang van de totale broedpopulaties van de zwarte kraai en ekster.

De waargenomen nesten kunnen eenvoudig op een kaart worden aangegeven. De optelsom geeft het totale aantal broedparen, hierbij moet men rekening houden dat er oude nesten van het vorig jaar aanwezig kunnen zijn, die onbewoond of door andere vogelsoorten zoals buizerd, uilen, boomvalk of zelfs de nijlgans gebruikt kunnen worden. Indien er een kraai in de buurt van het nest wordt waargenomen kan men ervan uitgaan dat het nest van hun is

Bij de roek en de kauw is dit anders daar zij veelal in kolonies nestelen, doordat deze goed bekend zijn, worden hier elk voorjaar de nesten geteld

  • Telperiode : half maart - begin mei

  • Benodigdheden kaart telgebied en telformulier

  • Organisatie: WBE opdelen in vaste telgebieden, vaststellen vaste teldata

Disclaimer  WBE

E-mail: info@wbesusteren.demon.nl

Laatst gewijzigd

09-12-2008