"De Jacht is meer dan schieten alleen"

Je mag niet zomaar jagen in Nederland. Om met een geweer te mogen jagen, moet je minimaal veertig hectare aaneengesloten gebied hebben. Of moet de eigenaar van zo'n gebied je toestemming hebben gegeven om er te jagen. Daarnaast moet je een jachtakte kopen bij de politie. Zo'n akte kun je pas krijgen als je een examen hebt gehaald. Een jager moet natuurlijk de diersoorten van elkaar kunnen onderscheiden. Maar hij moet ook weten welke diersoort aan welk gewas schade toebrengt, en dus welke gewassen er allemaal zijn. Daarnaast moet een jager veilig om kunnen gaan met een geweer.

Inhoudsopgave van dit onderwerp

 

Wellicht fronst u de wenkbrauwen bij het lezen van deze titel, jagers weten maar al te goed dat vooral het schot de aandacht trekt en dat de meeste mensen daar onmiddellijk het "doden" bij denken. En toch schiet de gemiddelde jager slechts 200 patronen per jaar; de ene wat meer, de andere wat minder. Een patroon afvuren duurt maar één seconde, 200 patronen afvuren nauwelijks vier minuten. Tijdens het jachtseizoen vier minuten jachtplezier beleven, valt mager uit; er moet dus wat anders zijn dat ervoor zorgt dat 7.000.000 mannen en vrouwen in Europa uitzien naar de openingsdag van het jachtseizoen. De echte jagers zijn het hele jaar door bezig met het verzorgen, beschermen en beheren van hun jachtveld. Ze weten wat het wild nodig heeft om er zich "goed" te voelen. Ze zullen kosten noch moeite sparen om het jachtterrein wildvriendelijker te maken, samen met het wild profiteren al de daar in het wild levende dieren van de inspanningen van de jagers. Die zetten zich met oog en hart, met zin voor evenwicht en soorten rijkdom, voortdurend in voor de natuur. Zo kan de jager er zeker van zijn dat, wanneer de tijd van oogsten is aangebroken, hij dit met rede en verstand kan doen, zonder een negatieve impact op het totale natuurgebeuren. Het nieuwe Flora-en faunawet omschrijft  jagen: bemachtigen, doden of het met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe;
 

In de nieuwe Flora- en faunawet staan nog maar zes wilde diersoorten waarop mag worden gejaagd: de haas, de fazant, de patrijs, de wilde eend, het konijn en de houtduif. Dat deze dieren in de wet staan betekent niet dat het hele jaar op ze mag worden gejaagd. Per soort is vastgesteld wanneer erop mag worden gejaagd. Zie hiervoor de jachtkalender Dan is de jacht geopend. De jacht wordt nooit geopend in natuurmonumenten en in vogelbeschermingszones die door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) zijn aangewezen. Op de patrijs mag alleen weer worden gejaagd als de patrijzenstand verbetert, dus de jacht is in feite gesloten.

Jachtmethoden

Het is aan de leden van de wildbeheereenheid te bepalen, op welke wijze ze het wild willen bejagen. 

Als algemene richtlijn wordt gesteld, dat er in principe gejaagd wordt conform de afspraken die vastgelegd in het wildbeheerplan "Lange termijn" van de WBE Susteren/Graetheide en dat niet op een dusdanige wijze mag worden gejaagd dat de jacht hierdoor in diskrediet wordt gebracht, dan wel in strijd is met de gedrag- en weidelijkheidsregels, zoals die zijn opgesteld door de algemene ledenvergadering en de KNJV. (zie Jagersopleiding).

Er zijn verschillende manieren om wild te bejagen: zowel individueel als in groepsverband en met verschillende jachtmiddelen.

Jacht voor de voet

Een kleine jacht voor doorgaans één of enkele personen. De jager loopt, al dan niet met een hond, door het veld.

Waterwild

Deze jacht is tegenwoordig alleen toegestaan op wilde eenden. Ze kunnen onder meer worden bejaagd vanaf een boot, een eendenkooi of vanaf een bedekte omgeving op de grond.

Jacht in de 'aanzit'

Heeft doorgaans plaats bij zwartwild (wilde zwijnen) maar ook bij herten en reeën. De jager loopt niet door het veld maar blijft lange tijd op dezelfde plek om het dier voor schot te krijgen. Vaak in combinatie met jacht op de hoogzit.

Jagen vanuit een "hut"

Deze vorm van jagen vindt vaak plaats op houtduiven, kraaien en eenden, die dan vaak schade veroorzaken aan percelen met erwten of gerst en tarwe.

Jacht vanuit de 'hoogzit'

Jagen vanaf een verhoging. Het jachtveld is beter te overzien, wild makkelijker te tellen, het schot beter te maken.

Drijfjacht

De drijfjacht heeft plaats met meer jagers. Behalve door de jagers wordt aan de drijfjacht ook door een aantal honden en de nodige 'drijvers' deelgenomen. De dieren worden uit een bepaald gebied gedreven door hond en mens en 'opgewacht' door de jagers.  Vergunningen zijn niet nodig voor drijfjachten op hazen, fazanten en konijnen.  Deze manier van jagen wordt vaak gebruikt op grote open vlakten of zeer dicht begroeide bospercelen.

Aardjacht

Aardjacht met gebruikmaking van honden is toegestaan, mits de holen niet worden vernield.

JACHTMIDDELEN

Er zijn verschillende jachten mogelijk met gebruik van andere jachtmiddelen dan het geweer. Zo zijn er de lokjacht, de vallenjacht en de bouwjacht. De laatste is de jacht bij konijnenholen met gebruik van onder meer fretten en buidels (zie 'Jachtmiddelen').

Jagers beschikken over verschillende andere jachtmiddelen dan geweren. Ze staan vermeld in het jachtbesluit van de FF-wet.

Eendenkooien

Zij dienen geregistreerd te zijn bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Alleen wilde eenden mogen worden bejaagd vanuit de kooi.

Lokvogels

Lokvogels mogen bij de bejaging van wild worden ingezet. Ze mogen niet blind of verminkt zijn.

Lokinstrumenten

Voornamelijk fluitjes en andere blaasinstrumenten. Lokinstrumenten mogen niet elektronisch zijn. Plastic lokkers van houtduiven, kraaien, eenden, ganzen, kraaien, ohoe etc. ook de duiven draaimolen valt hieronder ( zie tips houtduiven jacht)

Schep en stok

Middelen 'tot delven en slaan'. Een schep wordt onder meer gebruikt om een konijnenhol uit te graven. Een stok om het dier te doden.

Fretten

Worden gebruikt bij de 'bouwjacht'. De fret wordt in het konijnenhol (de bouw) gestuurd om het dier te verdrijven. Het konijn wordt dan geschoten of opgevangen in buidels.

Buidels

Een soort vangnetten die onder meer konijnen die uit hun hol zijn gedreven kunnen opvangen.

Kastvallen

Het dier wordt door middel van een soortgenoot of eten naar de kast gelokt. De kast sluit op het moment van betreden. Op ontheffing kunnen kastvallen ook voor andere dieren dan vos, konijn en verwilderde kat worden gebruikt, voor de kraai en de kauw is de kraaienvangkooi en de kastval toegestaan in verband met een algehele landelijke vrijstelling sinds 1 april 2004.

Kunstlicht en extra jacht als bedoeld in artikel 4 AMVB Beheer en Schadebestrijding

Jagen met gebruikmaking van kunstlicht, of de extra jacht, ter voorkoming van wildschade is alleen dan toegestaan wanneer andere middelen niet het gewenste resultaat hebben bereikt. Op ontheffing artikel 4 AMVB Beheer en Schadebestrijding worden ook lichtbakken gebruikt. Het veld wordt verlicht, nachtdieren (bijvoorbeeld vos of konijn) zijn dan beter te benaderen.

Deze middelen zijn alleen toegestaan met toestemming van de Faunabeheereenheid en na toestemming met de grondgebruiker voor tenminste 40 ha ( schadebestrijding met geweer).

De hiervoor benodigde ontheffingen worden door de WBE aangevraagd a.d.h.v.  de schade meldingen van de grondgebruikers bij de Faunabeheerheid waar het gebied van de schade onder valt. De grondgebruiker is verantwoordelijk voor het nemen van preventieve maatregelen om schade te voorkomen en dan pas kan indien dit niet helpt een ontheffing worden aangevraagd. ( zie diersoorten en de FF-wet)

Overige Middelen

Jachthut.

Dit is vaak een dekking van natuurlijke materialen zoals takken met bladeren, riet of rietenmatten en ook stokken met camouflagenetten worden veel gebruikt.

 

 

 

 

 

Motorvoertuigen.

Bij de uitoefening van de jacht wordt het gebruik van gemotoriseerde vervoermiddelen tot het uiterste beperkt er mag alleen maar worden geschoten vanaf een stilstaand voertuig dus niet vanuit het voertuig..

Bij elke jachtvorm dient een bruikbare jachthond aanwezig te zijn, tenzij tegen de aanwezigheid van een hond uitdrukkelijk bezwaar is gemaakt door de grondeigenaar(s) c.q. grondgebruiker(s).

In aanvulling hierop dient ten behoeve van de jacht op reewild en zwartwild binnen de Wildbeheereenheid "Susteren/Graetheide" of in de directe omgeving gekwalificeerde zweethond voorhanden te zijn.

Een overzicht van de gekwalificeerde zweethonden per provincie, kan men opvragen bij de vereniging "Het Reewild". die van de provincie Limburg staan op onze site Zweethondenlijst Limburg.htm

Secretariaat: Kamillelaan 11, 3925 RG Scherpenzeel, Tel: 033-4691797

 

Deze Website is opgemaakt door  Piet Croughs

E-mail: info@wbesusterengraetheide.nl

Laatst gewijzigd

28-02-2010